Waarom brokken zo handig zijn en toch vaak gedoe geven...

Waarom brokken zo handig zijn en toch vaak gedoe geven...

door drs Annette van Weezel Errens
Waarom brokken zo handig zijn en toch vaak gedoe geven...

    Wat zit er eigenlijk in brok?

    Brok is makkelijk, daar valt weinig tegen te zeggen. Een zak blijft maanden goed in de kast, je schept een portie in de bak en je weet precies wat het per maand kost. Makkelijk is alleen iets anders dan goed voor elke hond, en dat verschil zit vooral in wat je niet op de zak ziet.

    Brok is nieuw, de hond is oud

    Honden leven al meer dan 10.000 jaar met ons samen en aten al die tijd mee met wat er was: restjes vlees, granen, groente en botten. Brok zoals wij het kennen, bestaat pas sinds de jaren vijftig en zestig. Door het leven naast de mens heeft de hond amylase-enzymen ontwikkeld die de wolf mist. Daardoor verteert hij zetmeel goed en haalt hij veel van wat hij nodig heeft ook uit plantaardige en microbiële bronnen. Wat minder goed bij hem past, is de vorm: elke dag dezelfde droge, harde korrel.

    Wat is dat "vlees" in brok eigenlijk?

    Op het etiket staat vaak "vlees en dierlijke bijproducten". In de wet heet dat categorie 3-materiaal, de dierlijke bijproducten met het laagste risico. Van elk slachtdier wordt ongeveer 60% voedsel voor mensen en de overige 40% bijproduct. Een deel daarvan is prima orgaanvlees dat om commerciële redenen niet in de winkel komt. Onder dezelfde noemer vallen ook huiden, hoeven, hoorns, veren, haar en bloed, en delen die zijn afgekeurd voor menselijke consumptie terwijl het dier niet ziek was. Omdat ingrediënten in groepen op het etiket mogen staan, zie je niet welke delen er in jouw zak zitten.

    Neem de veren. Die zijn ongeveer 7% van het gewicht van een kip en bestaan uit keratine, een eiwit dat een hond van zichzelf nauwelijks verteert. Na sterke verhitting mag het als verenmeel in diervoeder. Hoe goed een hond dat verteert, hangt af van de bewerking en de hoeveelheid. In onderzoek daalde de eiwitverteerbaarheid bij heel hoge percentages verenmeel.

    Staat er groot "40% vers vlees" op de zak, reken dan even mee. Vers vlees is grotendeels water, en dat water verdwijnt bij het maken van brok. Van die 40% blijft na het drogen zo'n 13 tot 18% over.

    Om brok na opening maanden tot een jaar stabiel te houden, gebruiken fabrikanten technologische hulpstoffen, zoals antioxidanten, conserveermiddelen, bindmiddelen en smaakstoffen. Voor de houdbaarheid is dat handig, maar het zegt weinig over wat jouw hond nodig heeft.

    Waar brok vaak wringt

    1. Droog en hard
    Brok bestaat voor ongeveer 10% uit vocht, zelfgekookt eten voor 70 tot 80%. Een hond op brok moet de rest zelf bijdrinken, en dat doet niet elke hond genoeg. In veel brok zit ook extra zout, wat de dorst nog groter maakt. Bij schrokkers en gevoelige honden kunnen de harde korrels het slijmvlies van mond, maag en darmen irriteren.

    2. Eén textuur, weinig kauwen
    Brok gaat er vaak in één hap in, zonder dat er veel te kauwen valt. Kauwen geeft een hond rust, en die afwisseling mist hij als hij jarenlang dezelfde korrel krijgt. Sommige honden eten hun hele leven één soort brok.

    3. Hoog verhit
    Brok wordt onder hitte en druk gemaakt. Daardoor blijft het lang goed, maar er kan een deel van de vitaminen verloren gaan en de eiwitstructuur verandert. Bij het verhitten ontstaan ook Maillard-verbindingen, door dezelfde reactie waardoor een broodkorst bruin kleurt. Het eiwit dat daarin vastzit, wordt slecht verteerd en gaat rotten in de dikke darm.

    4. Energierijk, dus snel te veel
    Brok is compact en bestaat vaak voor zo'n 45% uit koolhydraten. Een klein schepje bevat al veel calorieën, en zonder weegschaal is overgewicht zo ontstaan. De voeradviezen op de zak liggen voor veel honden aan de hoge kant. Wie de hoeveelheid op de verpakking aanhoudt, voert zijn hond makkelijk te dik.

    5. Vet dat oxideert
    Na het openen van de zak kan het vet in de brok oxideren. Ranzig vet ruik je niet altijd, maar het lichaam van je hond merkt het wel. Antioxidanten zoals vitamine E remmen dat, als er genoeg van in zit.

    "Maar brok is toch goed voor het gebit?"

    Dat hoor je vaak. In de praktijk schuurt brok vooral langs de puntjes van de tanden. Tandplak is een biofilm, en die haal je alleen weg met echt kauwwerk. Geef je hond daarom één keer per week een goede kluif die past bij zijn formaat en kauwstijl, altijd onder toezicht en nooit gekookte botten.

    Neem zelf de regie

    Niet alle brok is slecht. Het helpt wel als je zelf beslist wat er in de voerbak gaat en weet waar het eten uit bestaat. Bij zelf koken kies je de ingrediënten en de herkomst: biologisch, scharrel, lokaal of gewoon uit de supermarkt. Zo kun je bewust kiezen voor:

    Meer vocht en afwisseling, met eten dat voor 70 tot 80% uit vocht bestaat.
    Een kleinere pootafdruk. Bij planeetwaardig koken komt maximaal 20% van het eiwit uit dierlijke bronnen (minder mag ook), de rest uit goede plantaardige en microbiële eiwitten.
    Goede vetten, zoals algenolie als bron van DHA, met vitamine E erbij.
    Een compleet menu, doorgerekend op eiwit en de verteerbaarheid daarvan, met vitaminen en mineralen afgestemd op wat jouw hond nodig heeft en getoetst aan FEDIAF 2025 en NRC.

    De jus van Jus'Cani vult aan wat je hond verder nodig heeft, zodat je altijd weet wat er in de voerbak gaat. Wil je het eerst uitproberen, begin dan met het proefpakket: 45 gram jus en recepten op maat voor € 6,95.

    Bekijk onze Jus´s